(1)
Mercantiele stad aan de rode rivier
Je handelsgeest werd zo lang onderdrukt
Kreeg sinds doi moi weer de vrije hand
En krabbelde als de weerlicht overeind
Om schurend, bijtelend, naaiend en soms
Sijpelend
Afgewerkte producten af te scheiden
In kwantiteiten hoest de stad ze op,
door kamerbrede openingen
puilen ze naar buiten en dreigen de straten
te overspoelen
enkel tegengehouden door verkoopgrage handelaars
die er bruin en beduimeld geld voor willen
(2)
Een spoor van specerijen in de zwangere tropenstad
grijpt ons bij de neus en troont ons mee over het
handelsverbond der straten, een kamerbrede glazen deur binnen,
een lange gang door naar de buik van de stad en dan omhoog
een haast ondraaglijk zware atmosfeer in die slechts leefbaar wordt
wanneer het doffe geluid van gedraaide spaden de lucht boven onze
zwetende lichamen in beweging brengt
(3)
Terwijl pezige ledematen de stad doen werken,
gedreven vanuit de onderbuik
heerst het hoofd onversaagd en onverslagen.
in de cenakels van macht bedenkt het volk
haar ordonanties, en orakelt voor ons onverstaanbare
boodschappen. Uit haar veelkoppig strottenhoofd schallen
stichtende levenslessen over de onwillige straten als wij,
verbaasd over zoveel bekommernis, een oude megafoon ontdekken
in een knoestige boom boven het snorrende verkeer
Monday, April 09, 2001
Subscribe to:
Post Comments (Atom)

No comments:
Post a Comment