Monday, April 16, 2001

Floating Market

Een koopvrouw knipt een vorm uit
terwijl ze langszij komt laveren

Pompoenen en vadsige watermeloenen
stellen het drijvend vermogen op proef

Andere verhoudingen
heersen op het water

Wanneer de markt tot leven komt
wordt de Mekong een dansend podium
van kleur en fruitige bedrijvigheid

Friday, April 13, 2001

Kreek

Een ranke vorm
fragiel evenwicht
Twee vrouwen die de stuwing dragen
met besliste halen

Diepgroene waaiers wijken
met elke bocht
Een nieuwe gewaarwording
ligt steeds te wachten

Tot plots de horizon terugtreedt
ons smalle veer danst
de kreek verdwijnt voorgoed
in negenstromenland

De tuin van de Keyser

Je arm gestrekt
Je blik gedragen door de ronding
Van ja aflopende hand
Met als pijler je hoge knie

Zo ligt je focus te rusten
In een kruin vol bloesems van vanille
Een boom die de naam draagt
Van een zondags pasteitje

Mijn Nilla in de tuin der lusten
Van wat eens was
Een onbegrijpelijk privilege
Het gestileerd genoegen van één man

Monday, April 09, 2001

Hanoi

(1)
Mercantiele stad aan de rode rivier
Je handelsgeest werd zo lang onderdrukt
Kreeg sinds doi moi weer de vrije hand
En krabbelde als de weerlicht overeind
Om schurend, bijtelend, naaiend en soms
Sijpelend
Afgewerkte producten af te scheiden

In kwantiteiten hoest de stad ze op,
door kamerbrede openingen
puilen ze naar buiten en dreigen de straten
te overspoelen
enkel tegengehouden door verkoopgrage handelaars
die er bruin en beduimeld geld voor willen

(2)
Een spoor van specerijen in de zwangere tropenstad
grijpt ons bij de neus en troont ons mee over het
handelsverbond der straten, een kamerbrede glazen deur binnen,
een lange gang door naar de buik van de stad en dan omhoog
een haast ondraaglijk zware atmosfeer in die slechts leefbaar wordt
wanneer het doffe geluid van gedraaide spaden de lucht boven onze
zwetende lichamen in beweging brengt

(3)
Terwijl pezige ledematen de stad doen werken,
gedreven vanuit de onderbuik
heerst het hoofd onversaagd en onverslagen.
in de cenakels van macht bedenkt het volk
haar ordonanties, en orakelt voor ons onverstaanbare
boodschappen. Uit haar veelkoppig strottenhoofd schallen
stichtende levenslessen over de onwillige straten als wij,
verbaasd over zoveel bekommernis, een oude megafoon ontdekken
in een knoestige boom boven het snorrende verkeer