De onvergelijkbare schoonheid van de boom
Was je nooit eerder opgevallen
Haar wijd vertakte bewustzijn
Liet een merkteken op je ziel
Bij elke passage dacht je
Waar is miojn vriend de boom ?
Tot daar was, de berijmde grasvlakte
De gedemte stralen winterzon
Een pastel feest van licht en kleur
Nu jouw lichaam
het gezelschap zoekt
van eikels en kastanjes
zag ik daarbuiten reeds
jouw vriend de boom
klaar om jou op te nemen
en samen de vingers uit te strekken
naar een klare hemel
Wednesday, October 10, 2001
Papa, ben je daar?
Papa, ben je daar?
Toen ik je hand vasthield
Dacht ik te blijven
En je uitgeleide te doen
Je weg te leiden van de steriliteit
En weer naar buiten, het licht in
Het zal zo onwezenlijk zijn zonder jou
De herst van je leven was mooi maar kort
Je blad kleurde onverhoeds donkerrood
Je hoopte als de hengelaars
zo ben je altijd geweest
steeds kijkgraag en weetlustig
je wilde uit de tijd halen wat erin zat
Maar de tijd, dat snelle dier
Haalde je in
Onuitgesproken woorden bleven liggen
Hun skeletten verschralen snel
Wat ik je verweet
Dat geef ik nu mee met de wind
En bewaar de mooie momenten
Als een kostbaar kleinood
Waar jij nu bent blijft slechts de essentie
Het breekbare silhoët van een breekbaar hart
Communicatie was voor jou een enigma
Het sediment van opgesloten tranen
Je muziek de enige taal waarin je verhaal vond
Onbegrijpbaar voor een kinderhart
We denken aan jou, mijn o zo weerbarstige vader
Die de laatste jaren zo zacht geworden was
Ons hart heeft sinds lang
Een kamer vacant voor jou om in te wonen.
Toen ik je hand vasthield
Dacht ik te blijven
En je uitgeleide te doen
Je weg te leiden van de steriliteit
En weer naar buiten, het licht in
Het zal zo onwezenlijk zijn zonder jou
De herst van je leven was mooi maar kort
Je blad kleurde onverhoeds donkerrood
Je hoopte als de hengelaars
zo ben je altijd geweest
steeds kijkgraag en weetlustig
je wilde uit de tijd halen wat erin zat
Maar de tijd, dat snelle dier
Haalde je in
Onuitgesproken woorden bleven liggen
Hun skeletten verschralen snel
Wat ik je verweet
Dat geef ik nu mee met de wind
En bewaar de mooie momenten
Als een kostbaar kleinood
Waar jij nu bent blijft slechts de essentie
Het breekbare silhoët van een breekbaar hart
Communicatie was voor jou een enigma
Het sediment van opgesloten tranen
Je muziek de enige taal waarin je verhaal vond
Onbegrijpbaar voor een kinderhart
We denken aan jou, mijn o zo weerbarstige vader
Die de laatste jaren zo zacht geworden was
Ons hart heeft sinds lang
Een kamer vacant voor jou om in te wonen.
Monday, April 16, 2001
Floating Market
Een koopvrouw knipt een vorm uit
terwijl ze langszij komt laveren
Pompoenen en vadsige watermeloenen
stellen het drijvend vermogen op proef
Andere verhoudingen
heersen op het water
Wanneer de markt tot leven komt
wordt de Mekong een dansend podium
van kleur en fruitige bedrijvigheid
terwijl ze langszij komt laveren
Pompoenen en vadsige watermeloenen
stellen het drijvend vermogen op proef
Andere verhoudingen
heersen op het water
Wanneer de markt tot leven komt
wordt de Mekong een dansend podium
van kleur en fruitige bedrijvigheid
Friday, April 13, 2001
Kreek
Een ranke vorm
fragiel evenwicht
Twee vrouwen die de stuwing dragen
met besliste halen
Diepgroene waaiers wijken
met elke bocht
Een nieuwe gewaarwording
ligt steeds te wachten
Tot plots de horizon terugtreedt
ons smalle veer danst
de kreek verdwijnt voorgoed
in negenstromenland
fragiel evenwicht
Twee vrouwen die de stuwing dragen
met besliste halen
Diepgroene waaiers wijken
met elke bocht
Een nieuwe gewaarwording
ligt steeds te wachten
Tot plots de horizon terugtreedt
ons smalle veer danst
de kreek verdwijnt voorgoed
in negenstromenland
De tuin van de Keyser
Je arm gestrekt
Je blik gedragen door de ronding
Van ja aflopende hand
Met als pijler je hoge knie
Zo ligt je focus te rusten
In een kruin vol bloesems van vanille
Een boom die de naam draagt
Van een zondags pasteitje
Mijn Nilla in de tuin der lusten
Van wat eens was
Een onbegrijpelijk privilege
Het gestileerd genoegen van één man
Je blik gedragen door de ronding
Van ja aflopende hand
Met als pijler je hoge knie
Zo ligt je focus te rusten
In een kruin vol bloesems van vanille
Een boom die de naam draagt
Van een zondags pasteitje
Mijn Nilla in de tuin der lusten
Van wat eens was
Een onbegrijpelijk privilege
Het gestileerd genoegen van één man
Monday, April 09, 2001
Hanoi
(1)
Mercantiele stad aan de rode rivier
Je handelsgeest werd zo lang onderdrukt
Kreeg sinds doi moi weer de vrije hand
En krabbelde als de weerlicht overeind
Om schurend, bijtelend, naaiend en soms
Sijpelend
Afgewerkte producten af te scheiden
In kwantiteiten hoest de stad ze op,
door kamerbrede openingen
puilen ze naar buiten en dreigen de straten
te overspoelen
enkel tegengehouden door verkoopgrage handelaars
die er bruin en beduimeld geld voor willen
(2)
Een spoor van specerijen in de zwangere tropenstad
grijpt ons bij de neus en troont ons mee over het
handelsverbond der straten, een kamerbrede glazen deur binnen,
een lange gang door naar de buik van de stad en dan omhoog
een haast ondraaglijk zware atmosfeer in die slechts leefbaar wordt
wanneer het doffe geluid van gedraaide spaden de lucht boven onze
zwetende lichamen in beweging brengt
(3)
Terwijl pezige ledematen de stad doen werken,
gedreven vanuit de onderbuik
heerst het hoofd onversaagd en onverslagen.
in de cenakels van macht bedenkt het volk
haar ordonanties, en orakelt voor ons onverstaanbare
boodschappen. Uit haar veelkoppig strottenhoofd schallen
stichtende levenslessen over de onwillige straten als wij,
verbaasd over zoveel bekommernis, een oude megafoon ontdekken
in een knoestige boom boven het snorrende verkeer
Mercantiele stad aan de rode rivier
Je handelsgeest werd zo lang onderdrukt
Kreeg sinds doi moi weer de vrije hand
En krabbelde als de weerlicht overeind
Om schurend, bijtelend, naaiend en soms
Sijpelend
Afgewerkte producten af te scheiden
In kwantiteiten hoest de stad ze op,
door kamerbrede openingen
puilen ze naar buiten en dreigen de straten
te overspoelen
enkel tegengehouden door verkoopgrage handelaars
die er bruin en beduimeld geld voor willen
(2)
Een spoor van specerijen in de zwangere tropenstad
grijpt ons bij de neus en troont ons mee over het
handelsverbond der straten, een kamerbrede glazen deur binnen,
een lange gang door naar de buik van de stad en dan omhoog
een haast ondraaglijk zware atmosfeer in die slechts leefbaar wordt
wanneer het doffe geluid van gedraaide spaden de lucht boven onze
zwetende lichamen in beweging brengt
(3)
Terwijl pezige ledematen de stad doen werken,
gedreven vanuit de onderbuik
heerst het hoofd onversaagd en onverslagen.
in de cenakels van macht bedenkt het volk
haar ordonanties, en orakelt voor ons onverstaanbare
boodschappen. Uit haar veelkoppig strottenhoofd schallen
stichtende levenslessen over de onwillige straten als wij,
verbaasd over zoveel bekommernis, een oude megafoon ontdekken
in een knoestige boom boven het snorrende verkeer
Subscribe to:
Comments (Atom)
